1. De toestand van het schrijven in Amerika: Chris Kraus
Full-Stop Editors

De toestand van het schrijven in Amerika: Chris Kraus

De toestand van het schrijven in Amerika: Chris Kraus
De toestand van het schrijven in Amerika: Chris Kraus

De toestand van het schrijven in Amerika: Chris Kraus

door de redactie

75 jaar geleden stuurde het tijdschrift Partisan Review een enquête naar een aantal vooraanstaande schrijvers, waarin vragen stonden over hun werk, politieke ideeën en identiteit. In 2011 hebben we deze enquête nieuw leven ingeblazen en antwoorden gekregen van 29 hedendaagse auteurs, onder meer van Marilynne Robinson, George Saunders, Roxane Gay en Phillip Meyer. Nu Full Stop vier jaar oud is publiceren we deze week nog eens drie reacties.

Chris Kraus is romanschrijver, cineast, kunstcriticus en uitgever van de Semiotext(e) Native Agents-serie. Haar meest recente roman, Summer of Hate, is een spannend liefdesverhaal en een uiteenzetting over de criminalisering van de armoede in het Amerika tijdens het presidentschap van George W. Bush.

Heeft de literatuur de verantwoordelijkheid om op onrust onder het volk te reageren?

Niet in letterlijke zin. Deze vraag komt nog uit het tijdperk van Partisan Review, toen de notie van “onrust onder het volk” minder verdacht en minder cynisch klonk, en toen de verdenking nog niet bestond dat dit soort onrust geregisseerd was. Maar zelfs in dat tijdperk reageerden de schijnbaar meest a-politieke modernistische schrijvers op een afstandelijke en poëtische manier op de opkomst van het fascisme. Sylvere Lotringer heeft het hierover in zijn recente monografie The Miserables: de extremiteit van de geschriften van Artaud was een extrapolatie – of een spiegel – van de psychische sfeer van dat tijdperk. Ieder soort schrijven dat niet op de een of andere manier op zijn tijd reageert is autistisch.

Schrijft u voor een bepaald publiek? En als dat zo is, kunt u dat publiek dan omschrijven? Vindt u dat het publiek voor serieuze Amerikaanse literatuur de afgelopen tien jaar is gegroeid of gekrompen?

Het antwoord op die laatste vraag moet ik schuldig blijven. De krimp van het publiek heeft langer dan tien jaar geduurd, misschien wel een eeuw. Michael Silverblatt heeft een prachtige column voor het tijdschrift Good geschreven over lezen. Hij noemt daarin Randall Jarrells essay uit 1962 over de 'school readers' van Appleton, gemaakt voor Amerikaanse middelbare scholieren in de jaren tachtig van de 19e eeuw, waarin werken waren opgenomen van Coleridge, Dickens, Cervantes, Shakespeare, Thoreau en Poe.

Tot nu toe is mijn werk niet bijzonder serieus genomen in de literaire wereld, maar het kent wel een brede circulatie in de kunstwereld. Dat publiek is jonger en heeft een andere cultuur – de kunstwereld leest misschien minder fictie, en meer filosofie en kritische theorie. En de kunstwereld leest ook poëzie.

Hecht u veel waarde aan de kritiek op uw werk? De afgelopen tien jaar is er flink bezuinigd op literaire tijdschriften en literaire supplementen, en in reactie daarop is de kritiek online gegaan. Denkt u dat deze beweging naar een niet-professioneel domein van de literaire kritiek een geïsoleerde cultus heeft gemaakt, of juist niet?

Het is heel bevredigend als iemand zich inspant om op een bedachtzame manier op je werk te reageren. Intelligente kritiek maakt het werk groter – en brengt het op plekken waaraan de auteur zelf misschien nooit heeft gedacht. Er zijn nog maar heel weinig professionele literaire critici. Boeken worden meestal gerecenseerd door collega-schrijvers en wetenschappers. Als je het over het niet-professionele domein hebt, bedoel je dan blogs? Een paar van de meest inzichtrijke interpretaties van mijn werk zijn op blogs verschenen: Jackie Wangs Serbian Ballerinas; Kate Zambreno’s Frances Farmer Is My Sister. Qua serieusheid is er nog maar weinig verschil tussen een online-tijdschrift of een gedrukt tijdschrift. De site van Bomb Magazine gaat in een andere, uitdagender richting dan het gedrukte tijdschrift. En dan is er, om een ander voorbeeld te noemen, natuurlijk nog dit tijdschift (Full Stop). De vraag over amateur versus professioneel doet dus misschien helemaal niet ter zake.

Heeft u het idee dat het mogelijk is een bestaan op te bouwen met het schrijven van het soort dingen dat u wilt schrijven, zonder enig ander werk? Denkt u dat er in ons huidige economische systeem en klimaat een plek is voor de literatuur als beroep?

Nee, helemaal niet, maar dat was ook nooit mijn doel. Ik besefte al in een vroeg stadium dat het soort literatuur en kunst waartoe ik me het meest voel aangetrokken niet de meest gewaardeerde was, dus ik heb andere plannen gemaakt. Ik treed op als gastdocent, zowel vanwege het contact als vanwege de inkomsten.

Er is binnen ons systeem zeker plek voor de literatuur als beroep; een klacht die je heel vaak hoort is juist dat de hedendaagse cultuur veel te geprofessionaliseerd is. Ik bewonder auteurs die van hun werk kunnen leven, maar dat is geen maatstaf. Twee recente, zeer goede boeken van Emily Gould (Friendship) en Choire Sicha (A Very Recent History) maken duidelijk dat het in een wereldstad vrijwel onmogelijk is van de inkomsten van literair auteurschap te leven. De illusie dat het misschien mogelijk zou kunnen zijn, als je maar goed genoeg bent en veel geluk hebt, bestendigt alleen maar de enorme klassenverschillen in de Amerikaanse cultuur.

Heeft u terugkijkend het idee dat uw geschriften een verwantschap weerspiegelen met een bepaalde groepering, klasse, organisatie, regio, godsdienst of geestelijke stroming, of denkt u dat zij voornamelijk uitdrukking geven aan uzelf als individu?

Geen van beide. Vijfenzeventig jaar nadat deze enquête voor het eerst werd gehouden zijn deze categorieën en affiliaties allemaal verdwenen. “Geestelijke stroming” klinkt als een eufemisme voor marxisme. Haar artistieke pendant, het sociaal realisme, werd in die tijd door een aantal geloofwaardige schrijvers in goed vertrouwen bedreven. Maar zelfs als die structuren niet aanwezig zijn denk ik dat iedereen, bewust of onbewust, vanuit een bepaalde stellingname schrijft. Mijn geschriften weerspiegelen waar ik ben geweest, wat ik heb gezien en wat ik heb gedaan.

Hoe zou u de politieke tendensen in de Amerikaanse literatuur in zijn geheel sinds 2001 beschrijven? Hoe denkt u daar zelf over?

Was 2001 echt een keerpunt? Ik denk dat de belangrijke veranderingen zich al eerder hebben voorgedaan, toen kleine commerciële uitgeverijen werden overgenomen door grotere en vervolgens door mediaconglomeraten werden opgeslokt. De definitie van wat 'mainstream'-fictie is werd daardoor smaller. De fictie die wij bij Semiotext(e) uitgeven – romans van Abdellah Taia, Mark von Schlegell, Veronica Gonzalez Pena en anderen – zijn boeken die vijfentwintig jaar geleden zouden zijn uitgegeven door kleine commerciële uitgeverijen. Maar binnen de kleine lezersgroepen die zich – deels via blogs en deels via tijdschriften als Harriet, Full Stop en HTML Giant – hebben ontwikkeld, is er sprake van een acuut bewustzijn ten aanzien van het overwicht van de mediacultuur en van een verlangen om werk te produceren dat die zeepbel uiteen doet spatten.

(c) Leesmagazijn / Menno Grootveld

Oorspronkelijk verschenen in Full Stop