1. De verdeling van inkomens en welvaart ...

Thomas Piketty: Bescherm het kapitalisme tegen de kapitalisten door rijkdom te belasten

Financial Times 28 maart 2014

Thomas Piketty: Bescherm het kapitalisme tegen de kapitalisten door rijkdom te belasten
Financial Times 28 maart 2014
De verdeling van inkomens en welvaart ...

De verdeling van inkomens en welvaart is tegenwoordig een van de meest controversiële kwesties. De geschiedenis vertelt ons dat er sterke economische krachten zijn verschillende kanten op duwen – in de richting van grotere gelijkheid of juist daarvandaan. Welke kracht zal zegevieren, hangt af van het beleid dat we kiezen.

De Verenigde Staten zijn een goed voorbeeld. Dat land werd gesticht als de antithese van de patrimoniale samenlevingen uit het oude Europa. De 19e-eeuwse historicus Alexis de Tocqueville zag Amerika als de plek waar zoveel grond beschikbaar was dat iedereen grondbezitter zou kunnen worden, zodat er een democratie van gelijke burgers tot bloei zou kunnen komen. Tot de Eerste Wereldoorlog was de concentratie van bezit in handen van de rijken in de VS veel minder extreem dan in Europa. In de 20e eeuw is die situatie echter omgedraaid.

Tussen 1914 en 1945 werden de ongelijkheden op het gebied van de welvaart in Europa ongedaan gemaakt door oorlog, inflatie, nationalisatie en belastingheffing. Daarna hebben de Europese landen instellingen opgezet die – ondanks al hun tekortkomingen – structureel egalitairder en socialer zijn dan die van de VS.

Ironisch genoeg hebben veel van deze instellingen hun inspiratie aan Amerika ontleend. Van de jaren dertig tot begin jaren tachtig heeft Groot-Brittannië bijvoorbeeld een evenwichtige inkomensverdeling in stand weten te houden, door een zeer hoog tarief op te leggen aan inkomens die als onbehoorlijk hoog werden beschouwd. Maar dat soort belastingheffing was in feite een Amerikaanse uitvinding – waarmee in de jaren tussen de oorlog een begin was gemaakt, in een tijd dat het land vastbesloten was de ongelijkheden te vermijden die de klassenmaatschappij van Europa ontsierden. Het Amerikaanse experiment met hoge belastingen heeft de groei niet geschaad, die destijds hoger was dan hij sinds de jaren tachtig ooit is geweest. Het is een idee dat het verdiend om in ere te worden hersteld, vooral in het land dat het als eerste heeft bedacht.

De VS waren ook het eerste land dat op grote schaal onderwijs invoerde, met begin 19e eeuw een vrijwel universeel alfabetisme als gevolg, althans onder blanke mannen, een prestatie die Europa pas honderd jaar later kon evenaren. Maar opnieuw is Europa tegenwoordig socialer. Het is waar dat in de VS een groot deel van de beste universiteiten ter wereld tot ontwikkeling zijn gekomen, maar Europa heeft het beter gedaan in het middensegment. Volgens de zogenaamde 'ranglijst van Shanghai' bevinden zich nu 53 van de 100 beste universiteiten ter wereld in de VS, tegen 31 in Europa. Maar als je kijkt naar de 500 beste universiteiten, is de volgorde omgekeerd: 202 in Europa tegen 150 in de VS.

Mensen geven vaak hoog op over de verdiensten van hun nationale meritocratieën, maar – of het nu om Frankrijk, Amerika of andere landen gaat – zulke retoriek is zelden in overeenstemming met de feiten. Dikwijls is het doel ervan bestaande ongelijkheden te rechtvaardigen. De toegang tot Amerikaanse universiteiten – die ooit tot de meest toegankelijke ter wereld hebben behoord – is nu zeer ongelijk verdeeld. Het inrichten van onderwijssystemen die efficiëntie combineren met gelijke kansen is een groot probleem, waarmee alle landen worden geconfronteerd.

Onderwijs voor iedereen is belangrijk, maar staat op zichzelf niet garant voor een eerlijke verdeling van inkomens en welvaart. De inkomensongelijkheid in de VS is sinds de jaren tachtig enorm toegenomen, wat vooral het gevolg is van de enorme inkomensstijging van de mensen aan de top van de maatschappelijke ladder. Waarom is dat zo? Zijn de kwaliteiten van de managers meer toegenomen dan die van alle anderen? In een grote organisatie is het vaak lastig te bepalen hoeveel het werk van een ieder precies waard is. Maar een andere hypothese – dat de topmanagers grotendeels de bevoegdheid hebben hun eigen salarissen vast te stellen – wordt beter ondersteund door het beschikbare bewijsmateriaal.

Zelfs als de inkomensongelijkheid onder controle gebracht zou kunnen worden, toont de geschiedenis aan dat er ook nog een andere kwaadaardige kracht bestaat die de neiging heeft bescheiden verschillen in het welvaartspeil te vergroten, tot ze een extreem niveau bereiken. Deze kracht is meestal in het spel als de rendementen die aan de kapitaalbezitters toevallen sneller groeien dan de economie zelf, waardoor de kapitalisten een steeds groter deel van de opbrengst in handen krijgen, ten koste van de middenklassen en de lagere klassen. Doordat de rendementen op kapitaal de economische groei overtroffen, is de ongelijkheid in de 19e eeuw fors toegenomen – een verschijnsel dat zich in de 21e eeuw waarschijnlijk zal herhalen. Uit de Forbes-ranglijst van miljardairs blijkt dat de rijkdom van de allerrijksten tussen 1987 en 2013 meer dan drie maal zo snel is gestegen als de omvang van de wereldeconomie.

De Amerikaanse ongelijkheid zou nu wel eens zo groot kunnen zijn geworden, terwijl het politieke proces wordt gedomineerd door de topverdieners, dat noodzakelijke hervormingen er niet meer doorheen komen – precies zoals in Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog het geval was. Maar dat zou ons er niet van mogen weerhouden te proberen naar oplossingen te zoeken. De ideale oplossing zou een mondiale progressieve belasting zijn op de individuele nettowaarde. Degenen die aan het begin van hun loopbaan staan betalen dan weinig, terwijl degenen die miljarden hebben vergaard veel moeten betalen. Dit zou de ongelijkheid onder controle houden en het voor mensen makkelijker maken de maatschappelijke ladder te beklimmen. En het zou ervoor zorgen dat de mondiale welvaartsdynamiek onder publiek toezicht zou komen te staan. Het gebrek aan financiële transparantie en betrouwbare welvaartsstatistieken is een van de voornaamste uitdagingen voor moderne democratieën.

Uiteraard zijn er alternatieven. Ook China en Rusland hebben te maken met rijke oligarchen, en zij hanteren hun eigen instrumenten voor de omgang daarmee – kapitaalcontroles en gevangenissen, binnen wier kale muren de meest ambitieuze oligarchen kunnen worden opgesloten. Voor landen die de voorkeur geven aan het primaat van de wet en een internationale economische orde, is een mondiale belasting op rijkdom een betere keuze. Misschien zal China daar al toe overgaan nog voordat wij dat doen.

Inflatie is een andere potentiële oplossing. In het verleden heeft die geholpen de publieke schuldenlasten te verlichten. Maar inflatie erodeert ook de spaargelden van de minder draagkrachtigen. Een belasting op grote vermogens lijkt verkieslijker.

Voor een mondiale vermogensbelasting zou internationale samenwerking nodig zijn. Dit is moeilijk, maar wel doenlijk. De VS en de Europese Unie nemen ieder een kwart van de mondiale productie voor hun rekening. Als zij met één stem zouden spreken, zou een mondiale registratie van financiële bezittingen binnen bereik kunnen liggen. Aan belastingparadijzen die hun medewerking weigeren zouden sancties kunnen worden opgelegd.

Bij ontstentenis hiervan zouden velen zich tegen de mondialisering kunnen keren. Als zij dan op een dag een gemeenschappelijke stem vinden, spreekt die wellicht de vergeten mantra's van nationalisme en economisch isolement.

Vertaling: Menno Grootveld.

(C) Leesmagazijn