1. Inleiding
Zygmunt Bauman

HEBBEN WE ER IETS AAN ALS DE RIJKEN STEEDS RIJKER WORDEN? Zygmunt Bauman vertaling Menno Grootveld

HEBBEN WE ER IETS AAN ALS DE RIJKEN STEEDS RIJKER WORDEN? Zygmunt Bauman vertaling Menno Grootveld
Inleiding

Uit recent onderzoek van het World Institute for Development Economics Research van de United Nations University blijkt dat de rijkste 1 procent van alle volwassenen ter wereld in het jaar 2000 40 procent van alle mondiale bezittingen in handen had, en dat de rijkste 10 procent van de volwassenen 85 procent van de totale rijkdom in de wereld voor zijn rekening nam. De onderste helft van de wereldwijde populatie volwassenen bezat 1 procent van de mondiale rijkdom.1 Dit is echter slechts een momentopname in een voortschrijdend proces. Het slechte nieuws voor de menselijke gelijkheid, en dus ook voor de kwaliteit van het leven van ons allemaal, stapelt zich dagelijks op – en het wordt nog steeds erger.

‘De sociale ongelijkheid zou de uitvinders van het moderne project het schaamrood naar de kaken hebben doen stijgen’, concluderen Michel Rocard, Dominique Bourg en Floran Augagner in hun artikel ‘De bedreigde menselijke soort’ in Le Monde van 3 april 2011. In het tijdperk van de Verlichting, en tijdens de levens van Francis Bacon, Descartes of zelfs Hegel, was de levensstandaard waar ook ter wereld nooit meer dan tweemaal zo hoog als in de armste regio. Tegenwoordig beroemt het rijkste land, Qatar, zich op een inkomen per hoofd van de bevolking dat 428 maal hoger ligt dan dat van het armste land, Zimbabwe. En laten we niet vergeten dat dit vergelijkingen zijn tussen gemiddelden – en dat ze doen denken aan het grappig bedoelde recept voor hazen- en paardenpaté: neem één haas en één paard...

Het hardnekkige voortbestaan van de armoede op een planeet die op het gebied van de economische groei in de greep is van een soort fundamentalisme, volstaat om weldenkende mensen aan het twijfelen te brengen en te laten nadenken over de directe en indirecte slachtoffers van die welvaartsverdeling. De steeds dieper wordende kloof die de armen en uitzichtlozen scheidt van hen die het goed hebben en vol optimisme, zelfvertrouwen en flair zijn – een kloof zo diep dat alleen de meest gespierde en minst scrupuleuze bergbeklimmer hem zou kunnen overbruggen – is een voor de hand liggende reden voor ernstige bezorgdheid. Zoals Rocard en zijn mede-auteurs waarschuwen: het voornaamste slachtoffer van de steeds groter wordende ongelijkheid zal de democratie zijn, want de almaar schaarser en ontoegankelijker wordende parafernalia, nodig om te overleven en een aanvaardbaar leven te leiden, worden het object van een strijd op leven en dood (en misschien zelfs oorlogen) tussen degenen die er warmpjes bij zitten en de behoeftigen die aan hun lot worden overgelaten.

Bauman

Bauman

Een van de fundamentele morele rechtvaardigingen voor de vrijemarkteconomie – dat het streven naar individuele winst ook het beste mechanisme is voor het bevorderen van het algemeen belang – wordt hierdoor in twijfel getrokken en min of meer gelogenstraft. In de twee decennia die voorafgingen aan het begin van de jongste financiële crisis, zijn de reële inkomens van de huishoudens in alle landen van de OESO voor de bovenste 10 procent van de bevolking veel sneller gegroeid dan voor de onderste 10 procent. (De OESO is de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, die zichzelf op haar website omschrijft als ‘een wereldomspannende club van 34 lidstaten, uit Noord- en Zuid-Amerika tot Europa en de regio Azië en Oceanië, waaronder veel van de meest geavanceerde landen ter wereld, maar ook opkomende landen als Mexico, Chili en Turkije. We werken nauw samen met opkomende reuzen als China, India en Brazilië en ontwikkelingslanden in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en de Caribische regio. Alles bij elkaar blijft het ons  doel aan een sterkere, schonere en mooiere wereld te bouwen’). In sommige landen zijn de reële inkomens van de mensen aan de onderkant feitelijk gedaald. De inkomensverschillen zijn daardoor aanmerkelijk groter geworden. ‘In de VS bedraagt het gemiddelde inkomen van de bovenste tien procent nu veertien maal dat van de onderste tien procent’, geeft Jeremy Warner toe, de adjunct-hoofdredacteur van de Daily Telegraph. Dit is een van de kranten die zich al heel lang enthousiast betonen over de vaardigheid en bekwaamheid van de ‘onzichtbare hand’ van de markt; de redacteuren en abonnees van het blad menen dat die net zo veel problemen kan oplossen als de markten creëren (zo niet meer). Warner voegt hieraan toe: ‘Hoewel de toenemende inkomensongelijkheid vanuit sociaal perspectief duidelijk onwenselijk is, hoeft dat niet per se erg te zijn als iedereen rijker wordt. Maar als het grootste deel van de opbrengst van de economische vooruitgang naar een relatief klein aantal mensen gaat dat toch al veel verdient – wat in de praktijk het geval is – zal er duidelijk een probleem ontstaan.’

Deze erkenning, hoe behoedzaam en halfhartig zij ook wordt geformuleerd, en die je daardoor het gevoel geeft hooguit half waar te kunnen zijn – wat feitelijk ook zo is – komt op het hoogtepunt van een golf van onderzoeksresultaten en officiële statistieken, die de snel groeiende afstand in kaart brengen tussen hen die aan de top en hen die aan de onderkant van de sociale piramide staan. In weerwil van allerlei politieke uitspraken, die zo vaak mogelijk worden gerecycled met het doel in de volksgeest te worden gegrift – zonder dat er sprake is van enige vorm van fact-checking – is de rijkdom die aan de top van de samenleving is vergaard, op geen enkele manier ‘doorgesijpeld naar beneden’. Daardoor is de rest van ons niet rijker geworden, hebben we geen zekerder en optimistischer gevoel gekregen over onze toekomst en die van onze kinderen, en zijn we ook niet gelukkiger geworden... In de geschiedenis van de mensheid is de ongelijkheid, die zoals op dit moment maar al te zichtbaar wordt geneigd is zichzelf uitgebreid en versneld te reproduceren, niet bepaald iets nieuws (zoals wel blijkt uit het citaat uit het evangelie van Mattheüs aan het begin van dit boek). Toch staat de eeuwige kwestie van de ongelijkheid, inclusief de oorzaken en de gevolgen ervan, sinds kort weer in het centrum van de publieke aandacht, waar zij onderwerp is van hevige debatten, met vrij nieuwe, spectaculaire, schokkende en verrassende wendingen.

NUR:314 ISBN:978-94-91717-10-9

Hebben we er iets aan als de rijken steeds rijker worden van Zygmunt Bauman, oorspronkelijke titel Does the Richness of the Few Benefit Us All?, is vertaald door Menno Grootveld onder redactie van Frank Keizer voor Editie Leesmagazijn. Het omslagontwerp en de lay-out is verzorgd door Connie Nijman. De tekst is gezet uit de Fleischmann en de Nobel van Dutch Type Library en geprint op Munken Print Rough 170 g/m2 en Fastprint Book 90 g/m2. Het druk- en bindwerk is vervaardigd door Hollandridderkerk, te Ridderkerk.

Verkrijgbaar vanaf 22 april in elke boekhandel.

@Leesmagazijn